
De resultaten met betrekking tot de uitvoering laten zien dat de i-TOP en de zelfevaluatie door een groot deel van de medewerkers gedaan worden. De andere fases van de HR-cyclus (startgesprek, evaluatiegesprek en loopbaangesprek) worden duidelijk in mindere mate uitgevoerd. In de uitvoering zijn grote verschillen te zien tussen de verschillende organisatieonderdelen.
Rondom het startgesprek verdienen diverse elementen nog aandacht omdat ze vaak voor minder dan de helft van de respondenten duidelijk of werkbaar zijn. De i-TOP wordt door het merendeel van de respondenten uitgevoerd. Hierbij valt op dat minder dan de helft van de respondenten vindt dat hun leidinggevende voldoende aandacht heeft voor de i-TOP. Minder dan de helft van de respondenten ervaart het beoordelingsproces als duidelijk en slechts 20 procent is er tevreden over.
Grofweg een derde van de medewerkers heeft zelf de indruk dat de HR-cyclus hen helpt om zich verder te ontwikkelen, om hun talenten in te kunnen zetten in hun werk en de prestaties van het team vooruithelpt. Ongeveer een derde vindt dat de HR-cyclus hier niet aan bijdraagt en nog een derde staat hier neutraal tegenover. De medewerkers die de i-TOP en het loopbaangesprek hebben gedaan hebben het idee dat het meerwaarde biedt voor hun ontwikkeling en het inzetten van hun talenten in hun werk. Medewerkers die daarnaast ook een evaluatiegesprek hebben gehad hebben tevens het idee dat dit de prestaties van het team vooruit helpt. Deze effecten zijn slechts beperkt.
Ruim twee derde van de medewerkers geeft aan dat zij zich veilig voelen om de HR-cyclus uit te voeren. Ook hier zijn er verschillen tussen de verschillende organisatieonderdelen. Ongeveer een derde van de medewerkers vindt dat er voldoende ondersteuning beschikbaar is voor de uitvoering van de HR-cyclus. De open antwoorden bieden aanknopingspunten voor de doorontwikkeling van de HR-cyclus en laten zien waar de ondersteuningsbehoeften liggen.